Op de website van Advocatie is vandaag een interessante bijdrage geplaatst, waarin de vraag centraal staat of een huurder van woonruimte verplicht is zijn hoofdverblijf in de gehuurde woning te hebben. Een relevant artikel, zeker gelet op de huidige krapte op de Amsterdamse woningmarkt als gevolg van het tekort aan passende huur- en koopwoningen. Het NRC publiceerde dit jaar nog een aantal krantenartikelen waarin zij aan het licht bracht dat er individuen zijn die een sociale huurwoning van een woningcorporatie huren, terwijl zij zelf eigenaar zijn van tientallen woningen (https://www.nrc.nl/nieuws/2021/01/26/huren-van-de-corporatie-terwijl-je-59-panden-bezit-a4029306). Sociale huurwoningen, waarbij de kale huurprijs dit jaar lager moet zijn dan €752,34, zijn niet voor zulke vastgoedbezitters bedoeld.  

De wet kent geen bepaling waarin een huurder wordt verplicht om zijn of haar hoofdverblijf te hebben in het gehuurde. Vandaar dat in de huurovereenkomsten zelf dit veelal wél expliciet wordt opgenomen, onder meer om misbruik te voorkomen. De wet geeft echter geen definitie voor het begrip "hoofdverblijf" en er is ook geen wettelijke regel die aangeeft hoeveel maanden een huurder minimaal per jaar in de woning moet zijn. Indien de verhuurder de huurovereenkomst met de huurder wil beëindigen omdat de huurder ten onrechte zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft, dan zal het uiteindelijk bij de beoordeling door de rechter aankomen op de specifieke omstandigheden van het geval. Het is zaak voor verhuurders om derhalve zo specifiek mogelijk te zijn in hetgeen zij afspreken met hun huurders.