Het gedrag van de werknemer is verwijtbaar omdat hij het vertrouwen van zijn collega’s (herhaaldelijk) heeft beschaamd, doordat hij niet geluisterd heeft naar de adviezen om naar huis te gaan vanwege het ernstige hoesten. Dit vertrouwen is nog meer verstoord vanwege het feit dat deze werknemer zich de dag erna bij de werkgever heeft ziekgemeld en tot overmaat van ramp (na testen bij de GGD) ook nog positief op Corana getest bleek te zijn. Daarmee heeft hij niet alleen niet geluisterd naar zijn collega's maar is de vrees van deze collega's ook nog uitgekomen.

Daarnaast weegt in dit geval het volgende zwaar mee bij de beslissing van de kantonrechter. De werknemer heeft herhaaldelijk aangegeven dat de afgegeven verklaringen van zijn collega's zijn gelogen. De breuk in het vertrouwen tussen de werknemer en zijn collega's is hierdoor nog groter geworden en daarmee onherstelbaar.

Volgens de kantonrechter is het goed te begrijpen dat de collega’s van de werknemer (en daarmee de werkgever) geen vertrouwen meer in hem hebben. De kantonrechter geeft in haar oordeel, wat mij betreft terecht, aan dat het niet mogelijk is voor deze werknemer om terug te keren op de huidige werkplek, omdat er sprake is van een geschonden vertrouwensrelatie. 

De ontbinding, gevraagd door de werkgever, wordt op basis van de zogenoemde  g-grond toegewezen. De werknemer heeft in dat geval slechts recht op de transitievergoeding.