Deze vraag werd aan de voorzieningenrechter voorgelegd. Deze moest onder andere een afweging maken tussen het instructierecht (artikel 7:660 BW) van de werkgever en artikel 10 van de grondwet. Het artikel die het recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer waarborgt. Een inbreuk of beperking op een grondrecht worden strenge voorwaarden gesteld.

Voor het instructierecht geldt dat indien een werknemer weigert om redelijke instructies (hier zitten duidelijke grenzen aan) van werkgever op te volgen, dit in veel gevallen geen goed werknemerschap is. Hieronder is te lezen hoe de rechter deze belangen tegen elkaar afweegt.

Conclusie en premisse 

Het moge zo zijn dat de discussie over de effectiviteit van mondkapjes niet is beslecht. De rechter is er in dit geval vanuit gegaan dat het dragen ervan wel bijdraagt veiligheid en gezondheid tijdens deze pandemie.

Het voorlopige oordeel is dan ook dat de werkgever en het dragen van een mondkapje mag verplichten

Wanneer deze duidelijke instructie door een werknemers niet wordt gevolgd is de werkgever gerechtigd om de loonbetaling op te schorten en zelfs om hem of haar tijdelijk de toegang tot de werkplek te ontzeggen. 

Onderscheid verschillende functies

De rechter geeft ook een voorlopig oordeel of de werkgever haar instructie had moeten differentiëren naar de verschillende functies. Het antwoord daarop is: nee, want de werkgever heeft er belang bij om ten aanzien van de instructie één lijn te trekken binnen bedrijf.