Gloort er hoop voor alle winkels, cafés en restaurants die in coronatijd ruziën met hun huisbaas, nu hotel W Amsterdam via de rechter een huurverlaging heeft afgedwongen? Dat vraagt Het Parool zich - terecht - af. 

In het handjevol eerdere rechtszaken over coronahuur, viel het oordeel in het voordeel van de verhuurder uit. Zo kreeg voetbalclub Vitesse nul op rekest toen het - vanwege het voetbalverbod van de overheid - stopte met het betalen van huur voor het Gelredome.

Recent is één keer een vergelijkbare uitspraak gedaan als bij W Amsterdam. Bij een huurconflict in Assen kreeg brouwer AB Inbev deels gelijk van de rechter: het mocht niet de complete huur weigeren, maar wel een verlaging afdwingen. Uit beide zaken kan heel voorzichtig worden afgeleid dat huurders met succes verlagingen kunnen afdwingen, maar dat kwijtschelden - zoals veel winkeliers en horecaondernemers willen - het niet haalt bij de rechter.

De W-zaak is een kort geding waarin de rechter erkent dat er haast is bij een huurmaatregel. Een bodemprocedure bij de reguliere rechtbank moet een definitief oordeel opleveren dat dan eventueel als jurisprudentie kan dienen bij andere zaken.