Eerder berichtten wij u al dat het Wetsvoorstel Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) voorziet in een wijziging van de Faillissementswet met als doelstelling bedrijven in moeilijkheden minder snel failliet te laten gaan (https://www.flib.nl/wordt-tussentijdse-beeindiging-voor-zakelijke-huurder-mogelijk).

Meer dan twintig concullega's roepen in een open brief op om de nieuwe Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) zo snel mogelijk in werking te stellen. Zij stellen dat veel bedrijven als gevolg van de coronapandemie in financiële problemen zullen komen. Dit ondanks de dinsdagavond aangekondigde steunmaatregelen van het kabinet.

Ik onderschrijf hun standpunt. Hun oproep verdient alle steun! 

‘Het is van groot belang om faillissementen waar mogelijk te voorkomen,’ schrijven de specialisten. ‘Dat kan door het aanbieden van een onderhands akkoord. Nu vereist dat nog instemming van alle betrokken crediteuren. Dat is onwenselijk, omdat een dwarsligger een akkoord waarmee de meerderheid van de crediteuren instemt kan blokkeren.’

Daarom zou de WHOA, reeds vorig jaar juli ingediend door minister Dekker voor Rechtsbescherming, zo snel mogelijk in werking moeten treden. ‘Die wet maakt het mogelijk ook dwarsliggende crediteuren aan een akkoord te binden. Daardoor kan faillissement van in essentie gezonde ondernemingen met een te hoge schuldenlast worden voorkomen.’

Volgens de brief is de wet ‘helemaal klaar’ en kan deze ‘volgende week worden ingevoerd’. ‘Er is een groot maatschappelijk draagvlak. Alle externe adviezen zijn positief. De rechtspraktijk is er klaar voor. Het enige dat nog nodig is, is dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer voor de WHOA stemmen.’

De ondertekenaars zijn dan ook ‘verbijsterd’ dat de Tweede Kamer vorige week heeft besloten om de behandeling van dit wetsvoorstel uit te stellen. Immers: ‘Bij faillissement van een onderneming treedt enorme maatschappelijke schade op. Die schade kan aanzienlijk worden beperkt als bedrijven een dwangakkoord aan hun crediteuren kunnen aanbieden. Dan kan de onderneming door blijven draaien, behouden werknemers hun baan en kunnen verplichtingen aan afnemers en toeleveranciers in ieder geval ten dele worden nagekomen. Aandeelhouders en crediteuren worden gekort, maar zijn niet slechter af dan in faillissement.’

Bovendien biedt de WHOA de mogelijkheid dat als de overheid kiest voor staatssteun, financiële crediteuren zoals obligatiehouders en banken kunnen meebetalen. Zo kan het geld van de belastingbetaler efficiënter worden ingezet. Dat kan ook honderden miljoenen schelen.’

De volledige brief is te lezen via deze link: https://www.advocatie.nl/content/uploads//Open-brief-insolventieadvocaten.pdf.